Klaagcolumn

foto-op-16-02-2010-om-0950-_2.jpg   Mensen irriteren mij, normaal niet, maar vandaag wel. Gisteren eigenlijk ook en als ik heel eerlijk ben, morgen en overmorgen en hoogstwaarschijnlijk de hele maand november nog.

Vooral enkele van mijn vrienden irriteren mij. Niet omdat ze zo anders zijn als anders, maar omdat ik anders ben. Ik zit namelijk in de laatste fase voor het opleveren van mijn manuscript. Een december is het zover en dan moet ik een compleet manuscript afhebben. Minimaal 80.000 woorden.

Geen probleem, behalve wanneer je de laatste weken merkt dat je wel heel veel tijd besteedt aan anderen.

‘Tasz, kun je even helpen?’

‘Tasz, ik heb je nodig.’

‘Tasz, kun je even wat teksten schrijven, daar ben je toch zo goed in?’

‘Tasz, zie het helemaal niet meer zitten. Wat zou jij doen in mijn plaats?’

Normale vragen, behalve wanneer je al 1000x hebt aangegeven dat je in tijdnood zit, nog zoveel andere werkzaamheden moet doen, en eigenlijk zelf wel wat steun en advies kan gebruiken. En als je dan ook nog tot overmaat van ramp van de trap valt en een ernstige rugblessure oploopt, dan kan zo’n simpel verzoek wel eens helemaal verkeerd vallen.

Dit is dus eigenlijk een klaagcolumn. Een waarin ik mijn beklag doe over het inlevingsvermogen van sommige mensen of het begrip dat zij ook wel eens kunnen geven, in plaats van altijd andersom. Maar op zijn minst zou het fijn zijn als ze gewoon niets zouden vragen. Even stilte en mij met rust te laten. Zelf hun eigen problemen en uitdagingen zouden oplossen.

Natuurlijk weet ik dat na één december al mijn geklaag zal verstommen. Ik zal niets meer nodig hebben, dus ik zal weer kunnen geven en deze irritaties zullen zijn vergeten.

Maar niet nu, nu ben ik boos en dat is goed, want dat is precies de emotie die ik op dit moment nodig heb om verder te schrijven. Mijn protagonist is namelijk ook boos, heel boos, dus tijd om te stoppen met klagen en verder te gaan.

Nog twee weken te gaan.

‘Let’s write!’

 

Deze column is eerder gepubliceerd op: FemaleFactor.nl