Afgelopen vrijdag ben ik samen met mijn gezin naar Zuid-Italië afgereisd. Een reis van twee dagen, met een tussenstop in Saronno. Het dorp waar ons huis staat is diep in de bergen, Campagnia, en de rust die momenteel heerst is een verademing met de drukte en stress die ik altijd in Nederland ervaar.Aangezien ik afgelopen Pasen behoorlijk ziek ben geworden en nog steeds herstellende ben, is deze trip ook om gezondheidsredenen noodzakelijk. Hopelijk doet de gezonde berglucht wonderen voor mijn longen en weerstand en zal ik met nieuwe energie over twee weken weer huiswaarts keren. Met slechts één vervelend puntje. Ik heb een infectie in mijn vinger en vanmorgen is er besloten dat de arts deze drie keer zo dikke vinger vanavond gaat opensnijden. Voor het bot zal gaan ontsteken. Met de hoop dat dit al niet is gebeurd.‘Of ik coraggio (lees: moed) had’ vroeg mijn goede vriend de dokter. Dapper knikte ik, een trip naar het ziekenhuis leek me even niets. Hij vroeg het me nog twee keer. Alsof het om een vraag voor euthanasie ging, maar toen was hij overtuigd en met een recept voor antibiotica en twee kussen op mijn wangen, kon ik weer vertrekken.En dus gaat het om 20.30 uur gebeuren. Er zal diep worden gesneden, zonder verdoving. Ik hou mezelf voor dat bevallen erger is en dat ik het wel zal overleven. Ik heb immers coraggio…Groeten uit bella ItaliaNatasza
Geplaatst in Gebeurtenissen April 28th, 2008 door Natasza | Reageer - 10 reacties
‘Mag ik u wat vragen?’ De jongen keek mij met opengesperde ogen aan. Persoonlijk heb ik het niet zo op dit soort ongevraagde verzoeken, maar iets in zijn blik raakte mij. Niet op een emotionele manier. Het was meer mijn nieuwsgierigheid die geraakt werd. We hadden dus meteen al iets gemeen. Om een wildvreemde zomaar aan te spreken kon alleen maar als de vragensteller nieuwsgierig of brutaal was. In het laatste geval zou de vraag meer een mededeling zijn geweest, dus ik weet zijn belangstelling aan nieuwsgierigheid.‘Dat ligt eraan. Wat is je vraag?’ Misschien wat kortaf, maar eenmaal uitgesproken kon ik daar niets meer aan veranderen. Daarbij leek de jongen het niet eens op te merken. De uitdrukking op zijn gezicht drukte eerder blijdschap uit.‘Bent u toevallig Simon van Diesen?’ Hoe kon hij dat in Godsnaam weten? Kende ik deze jongen? Ik bekeek hem nogmaals. Bruine lokken krulden wild rond zijn gezicht. Hij kon hooguit veertien jaar zijn, maar ik had hem nog nooit gezien. Kinderen kwamen nauwelijks voor in mijn wereld. Zelf had ik ze niet en van familie, vrienden en kennissen tolereerde ik ze niet. Ik had er nooit voor gekozen, dus waarom zou ik ze van anderen accepteren.‘Waarom wil je dat weten?’ Ik ergerde mij aan de opluchting die duidelijk uit zijn hele houding sprak.‘Dus u bent het.’ Een retorische vraag, dat was duidelijk. Uitgesproken als een vaststelling. Toch voelde ik mij geroepen om te antwoorden. Al was het alleen maar om mezelf een houding te geven.‘Ik vroeg je waarom je dat wilde weten. Volgens mij heb ik het nog niet bevestigd.’‘Als u het niet zou zijn, waarom zou dan willen weten waarom ik dit wil weten. ‘ Nieuwsgierig en nu ook brutaal, maar hij had wel gelijk. Een slim ventje.Het bleef even stil. Zijn donkere ogen leken te fonkelen. Een gevoel van herkenning. Waar had ik die fonkeling eerder gezien?‘Bent u dit?’ Hij stak zijn hand uit, waarin hij een foto hield. Zwart-wit. Ik liet mijn blik over het plaatje glijden. Het was een jongere versie van mij, zittend op een bankje samen met blonde vrouw. Dat blond kon ik niet van de foto zien, maar ik herinnerde het mij. Zelfs de geur van het blonde haar kon ik nu bijna weer ruiken. Ik wilde de foto vastpakken, maar de jongen trok zijn hand terug.‘U bent het toch?’ Ik bespeurde een zekere vorm van irritatie, maar het kon mij niet schelen. Dit was drijfzand materiaal. Opnieuw bekeek ik het gezicht van de jongen. Ik wist plotseling weer waar ik die fonkeling eerder had gezien. Nog geen tien minuten nadat die foto was genomen, in de ogen van de vrouw die op de bank tegen mij aanhing.Zonder antwoord te geven draaide ik me om. Dit gesprek moest over zijn. Ik kende de jongen niet en ik wilde hem ook niet leren kennen. Het was een ongevraagd verzoek en daar hield ik niet van.Toen ik overstak keek ik nog een keer om. Hij stond er nog steeds. Zijn blik was veranderd, net als zijn houding. Verheugd zou ik het niet willen noemen, eerder teleurgesteld, hoewel ook dat niet de juiste omschrijving was.Natasza Tardio – 22 april 2008Note: Stuk uit een novelle waar ik momenteel aan werk.
Geplaatst in Schrijfsels April 22nd, 2008 door Natasza | Reageer - 27 reacties
Het lijkt wel of ze elke keer gekker wordt. Ze doet rare dingen en spreekt over zaken die zelfs ik niet begrijp. Twee weken geleden zei ze bijvoorbeeld dat ze me helemaal niet wil spreken, dat ik haar met rust moet laten, niet moet volgen. Ik ben eng, vies en iemand die ze niet wil leren kennen.En dat begrijp ik dus niet. Ze zegt dat ze me niet wil spreken, niet wil zien, maar haar ogen zeggen iets anders. Haar ogen zeggen dat ze me wil. Niet alleen om dagelijks even mee te kletsen, daar zijn vriendinnen voor. Nee, zij wil meer, veel, veel meer. Maar als ze dan zulke rare dingen gaat zeggen dan weet ik het niet meer hoor.Waarom is ze zo besluiteloos. Om zelf bijna gek van te worden. Ze maakt dat ik dingen doe die ik daarvoor nog nooit had gedaan. De lantarenpaal bijvoorbeeld. Tegenwoordig is dat elke avond mijn plek. De straat gedeeltelijk verlicht, het schemerige schijnsel dat vreemde schaduwen op de met kinderhoofdjes belegde straat werpt…Aan de overkant kijk ik dan naar driehoog. Ze houdt haar gordijnen meestal open, dus af en toe zie ik een arm, een profiel en als ik geluk heb een heel bovenlichaam, voor het raam verschijnen. Eigenlijk denk ik dat ze gezien wil worden. Ze is nu eenmaal een flirt.Ook behoort ze bij de oppervlakkigen, mensen die niet echt kijken. Ze kijkt dus ook niet echt naar buiten. Mij heeft ze immers nooit zien staan. Anders had ze me wel binnen gevraagd. Dat ze mij niet wil leren kennen is haar manier van grapjes maken.Omdat ik me niet graag opdring heb ik ook nooit aangebeld of mijn nachtelijke wachten gemeld. Ze zou het niet kunnen begrijpen. Te oppervlakkig en natuurlijk gek, zo gek als een deur.Soms mis ik haar zomaar. Dan stel ik me voor dat ze in mijn armen ligt. Samen op haar bed. Schone lakens, de zon die door de oranje gordijnen de slaapkamer in vuur en vlam zet. Ik kan haar aanraken en zij mij. We lachen samen, vrijen samen en, als het ver in de middag is, stappen we samen onder de douche. Maar dat is slechts soms. Meestal ben ik namelijk woest op haar. Komt door die gekheid. Dat en het geflirt.Ze flirt met iedereen. De buurman, de postbode, de vakkenvuller in de supermarkt, het maakt niet uit. Zolang het mannelijk is geeft ze het haar liefste lach. En ze denkt dat ik dat niet zie. Hoe stom moet je wel niet zijn. Hoezo zou ik het niet zien? Ik zie alles, letterlijk alles.
In elk geval alles wat haar aangaat.Maar goed, ze mag dan wel gek zijn, ik weet zeker dat ze van me houdt. Ze is namelijk stapel op mij, tot over haar oren. Echt waar. Daarom doe ik dit ook allemaal, besteed ik al mijn vrije uren en zelfs een flink aantal werkuren aan haar. Hou ik haar in de gaten en zorg ervoor dat ik alles zie. Ik moet haar beschermen, voor haar bestwil, omdat ze van me houdt en ik van haar…Misschien moet ik wel naar boven gaan en haar helpen met slapen. Of moet ik toch afwachten? Gewoon, hier onder de lantaarnpaal. Wat zou zij willen? Waarschijnlijk wil ze dat ik boven kom. Vrouwen die nee zeggen bedoelen toch eigenlijk ja. Zeker met die vragende ogen van haar. Vermoeide ogen. Echte liefde.Er zit niets anders op. Het is tijd, tijd om naar boven te gaan. Ik ga haar helpen, zodat ze altijd kan slapen en dan ga ik naast haar waken. Eindelijk rust. Voor haar en mij.Hoe zou de lantaarnpaal er van bovenaf uitzien…?© Natasza TardioUPDATE: Zie de website van mijn collega-schrijfster Carien Touwen voor een leuke reactie op dit verhaal. Een echte aanrader: http://www.carientouwen.com/index.html
Geplaatst in Schrijfsels April 12th, 2008 door Natasza | Reageer - 27 reacties
…Verering blieft geen menselijkheid. Of beter, verlangt geen zwakheid. Menselijkheid is een zwakheid en deze horen dus ook niet bij een God. Waarschijnlijk ben ik dat voor Em. Voor mij zijn mannen van hun sokkel gevallen Goden. Triest, maar waar. Hun menselijkheid is van een verdorven soort, maar menselijkheid kent geen schaamte.
Deze wetenschap heb ik reeds op mijn twaalfde opgedaan. Mijn vader in bed met tante Bets. Een gruwelijk beeld. Rimpelige theezakjes vanwaar mijn vaders hebberige lippen zich terugtrokken.
In retrospectief was dat ook het moment dat ik plastische chirurgie in mijn hart sloot, of in elk geval de voedingsbodem waarop omarming van dit concept later volop tot groei kon komen.
Mijn vader was een hitsige ouwe lul. Een gevallen God. Dat besef was misschien nog wel erger dan de gruwelijkheid van tantes theezakjes.
Bijna werd ik gedwongen van mijn vleselijke vrees bevrijdt. Bijna. Zoals het wel vaker gaat in mijn leven heeft het lijden, dat mij altijd zo ruimharig ten deel valt, bij mij altijd de gewoonte om zich zo lang mogelijk uit te spreiden. Een soort van uitgerekte marteling. Laat mij sterven, niet lijden. Echter voor mij geldt het tegenovergestelde. Laat mij lijden, niet sterven. Of in elk geval heel langzaam.
Toen mijn moeder van binnenuit werd veroverd door de kanker en ze afscheid moest nemen van haar linkerborst, noemde de oncoloog het woord erfelijkheid. Mijn hart sloeg even over, maar een paar maanden later, onder het genot van een glas champagne, werd mij een toekomstige gruwelijkheid ontnomen. Mijn jongste zus belde. Zij was niet genetisch belast, maar wel geestelijk ontlast. Het laatste had ze er grinnikend aan toe gevoegd. Erg gevat voor haar doen.
Eigenlijk wist ik toen al dat de uitslag voor mij hetzelfde zou zijn. Noem het een voorgevoel. Twee dagen later werd dit een zekerheid. Vanaf die dag heb ik geen champagne meer gedronken.
Mijn zusje begreep er helemaal niets van. Of ik niet blij was met het goede nieuws? Geen moeilijke beslissingen en onze heuvels van lust intact behouden. Oh victorie. Mijn zorg over de meer imminente dreiging van rimpelige theezakjes, deelde ze niet. Hoe kon ze ook, zij had tante Bets niet gezien. Ik wel…
——————————————–
Het is maar een heel kort stukje uit een veel langer geheel. Ik hoop dat jullie het iets vinden, maar nog belangrijker, dat de jury er tevreden mee zal zijn.
Carpe Diem
Natasza
Voor de geïnteresseerden hier de link van de Contact Schrijfwedstrijd: www.wineencontactcontract.nl
Geplaatst in Schrijfsels April 5th, 2008 door Natasza | Reageer - 25 reacties
Mijn oog valt op het papier wat voor mij ligt. Het is wit, niet spierwit, maar van een soort wat een bepaalde grauwe waas over zich heen heeft liggen. Geen recycle, daar doe ik niet aan. Het maakt mijn vulpen kapot. Stukjes papier blijven dan aan de punt hangen en zorgen voor vlekken en strepen.Rustig laat ik mijn blik over het papier glijden. Het is gewoon papier, maar tegelijkertijd realiseer ik mij dat het meer is dan alleen maar papier. Mijn gedachten glijden verder en in mijn hoofd valt het blad uiteen in atomen en moleculen.Als de zon er niet was dan zou het bos niet kunnen groeien. En als het bos niet zou kunnen groeien, dan zouden er geen bomen kunnen zijn. Als er geen bomen zouden zijn dan konden we geen papier maken. Dit papier is gemaakt van een boom, een boom die is gegroeid door de zon. Ergo de zon is aanwezig in dit stukje papier.Plotseling lijkt het papier veel witter. De grauwe waas verdwijnt en een stralend licht lijkt me tegemoet te lachen. Ik weet dat het verder gaat, veel verder dan de zon in het papier. Ik zit zelf in het papier en het papier zit in mij. Onsterfelijk verbonden, net zoals alles onsterfelijk is. Mens, dier, bloemen en planten. Niets is alles, niets is meer, niets is beter, alles is gelijk en alles is onsterfelijk.Ik lach zachtjes in mezelf en pak mijn pen. Voorzichtig zet ik de eerste woorden op een vel wat op het punt staat ontdekt te worden in al zijn vormen. Wie weet wat ik nog allemaal ga ontdekken…Als de zon er niet was, dan kon het bos niet groeien, en daarom weet ik dat de zon zich ook bevindt in dit stuk papier…Het leven is mooi!Carpe DiemNatasza
Geplaatst in Gebeurtenissen April 3rd, 2008 door Natasza | Reageer - 15 reacties
Haar vleugelsreikten hoog tot in de lucht benevelden ons allemaal.
De dag dat ze vertrok zag ik haar nog het einde van een kort verhaal.
Nu ik haar zie komt het weer terug een jubileum,
lang en toch weer kort.
En dan die vleugels in gloeiend licht een emmer die mijn hart volstort.
Een meisje toen,
een engel nu een wereld die teveel vroeg.
Waar deze uit bestonden kon doen zeg mij,
wie wist dat eigenlijk echt…
© Natasza Tardio - 01 april 2008
Geplaatst in Gedichten April 1st, 2008 door Natasza | Reageer - 9 reacties