Hee Jonah,
Ik zit in de serre en kijk naar buiten. De thee brandt op mijn lippen en tong, het doet pijn, maar dat wil ik juist. Ik wil voelen, ik moet voelen. Ik neem nog een slok ,terwijl de damp mijn ogen laat tranen. Mijn geest beweegt zich als flarden mist door mijn hoofd. Zoveel gedachten, zoveel combinaties die de leugen lijken te onderstrepen. Waar ben ik in Godsnaam mee bezig? Terwijl ik rusteloos om me heen kijk, zie ik in de verte een groep paardrijders en ik voel het gevoel weer. Het gevoel dat ik niet meer wil voelen, dat mij laat weten dat ik harder moet worden, niet bij de pakken neer moet gaan zitten, maar juist moet accelereren, dat dit verraad mijn pad juist zal verhelderen, dat het mij ergens klaar voor moet stomen. Maar in mijn buik voel ik een kriebel, alsof iemand zijn vingers om mijn maag legt en van binnen naar buiten de boel daar op stelten zet. Hotelkamers, treinreisjes, vliegtuigtripjes, ontbijtmeetings, stiekem elkaar nog even bellen of sms-en, sex van een afstand en sex heel intiem dichtbij, al deze herinneringen maakt dat mijn maag steeds krampachtiger lijkt te bewegen. Ik zal het missen, weet nu al dat dit nooit meer zo zal zijn, niet datzelfde vertrouwen, vertrouwen dat ten onrechte was gegeven. Ik zal nooit meer zo kunnen vertrouwen. Had ik maar nooit meer leren vertrouwen, nooit mijn hart had opgezet, vertrouwen gehad tegen beter weten in. Wat probeer ik mezelf te bewijzen? Dat het allemaal niet zo is, dat hij liefde kan voelen en eerlijk kan zijn? Houden van ´just doesn´t cut it, little girl´. Maar wat is het alternatief dan, Jonah? Langzaam afwachten en toekijken hoe alles langzaam doodbloedt? Dat is misschien nog wel veel pijnlijker. Zelfs wanneer hij eerlijk is, zelfs dan kan mijn vertrouwen in hem nooit meer worden hersteld. Zijn houding had daar een einde aan gemaakt. De afgelopen weken waren niet moeilijk, zelfs lekker rustig… en toch, toch mis ik hem… Ik bevind me in een soort treurige stilte. Aanschouwend blik ik naar buiten en kan niets anders doen dan mijn mond houden. Ik mis zijn vrolijkheid en aandacht, ik mis zijn avontuurlijkheid en zelfs zijn eigenwijsheid. Ik mis hem gewoon…Net als jou trouwens, nog steeds. Wanneer kom je nou terug? Kon dat maar hè? Gezond en een jonge God, anders zou je waarschijnlijk weigeren. Misschien zal je deze brief nooit ontvangen, maar mocht er toch een engeltje op weg naar boven zijn, misschien kan deze dan mijn woorden overbrengen aan jou.Groetjes aan God, als die er mocht zijn. Je kent me, ik blijf sceptisch.
Hidiho
Eva
Mijn vingers glijden over het gladde papier. De brief is klaar en langzaam sta ik op. Even had mijn hart weer eens tukje lichter gevoeld, jonger. In dat licht lijken mijn problemen lang niet zo groot. Ik loop naar de kast, hout, verweerd en oud. Daarin ligt mijn map, een map met nog meer brieven. Boven onder mijn bed liggen nog zeker zo´n 17 andere mappen vol met brieven aan Jonah. Vanaf de dag dat ik hem voor het laatst sprak, tot nu toe. Een soort van lange afstandscorrespondentie. Ik laat de brief in één van de plastic mapjes glijden, dan loop ik weer naar de kast. Tijd om weer in de realiteit te stappen. Kinderlijke brieven schrijven hoort daar niet thuis. MAAR HET HELPT, BIJ GEKKEN WERKEN DIT SOORT DINGEN. De stem in mijn hoofd klinkt luid en spottend. Gewoon negeren. Ik weet dat dit de enige oplossing is. EN JE FAVORIETE ´VROLIJKHEIDSPILLEN´, HOEWEL JE DAAR NOOIT ECHT VROLIJK VAN BENT GEWORDEN… Ik moet gewoon niet luisteren. Slechts één ding geldt: Terug naar de realiteit. Niets anders dan realiteit. Morgen is er weer een nieuwe dag met nieuwe prijzen en nieuwe kansen. KOM MAAR NAAR BENEDEN EN SLA JE SLAG. De spottende stem galmt nog even door. Ik hoor weer stemmen, net als toen. Mijn ademhaling versneld zich, en mijn hartslag is plotseling hoorbaar in mijn hoofd. Stemmen horen is geen goed teken, helemaal geen goed teken. Waarom voel ik me toch zo leeg, eenzaam en alleen? Is het de angst die van zich laat horen, angst die alle relevantie uit lijkt te bannen? Was Jonah maar hier… Hij had wel geweten wat te doen, in plaats van zich bezig te houden met nutteloze bezigheden, zoals brieven naar het Hiernamaals te sturen. Waarom voelt het dan alsof ik niets anders kan en mag doen. Alsof ik een beslissing moet forceren. Ik leg de map met brieven in de kast. Dan sluit ik de deurtjes. Alles veilig achter slot en grendel. Eigenlijk is er niet veel veranderd…
~ Fragment uit de nieuwe roman waar ik momenteel aan werk ~
© Natasza Tardio - 26 augustus 2007
