Herfststorm
Een luid geraas klinkt boven mijn hoofd. Hard, rommelend, scherp. Elke keer anders en toch ook weer elke keer hetzelfde. Een fel licht waarschuwt mij op wat komen gaat en zonder het op dat moment te beseffen, hou ik mijn adem in. Dan hoor ik het water slaan op de ramen. Roffelend, luid. Met bakken te gelijk. Dan weer dat felle licht, met in zijn kielzog de donderende rollende klanken. Ik zet het geluid van de televisie uit. Nu is het stil, geen enkel geluid is meer te horen en ook woedende water houdt nu zijn mond. Niets beweegt en met open mond blijf ook ik in het luchtledige wachten. Dan wordt de hele woonkamer in het licht gezet. Net alsof we op de foto gaan. Vlak daarachter een oorverdovend gekraak. Boven mijn hoofd, daarna weer doodse stilte en weer een flits. Ik knijp mijn ogen samen en wacht af.’Eenentwintig, tweeëntwintig, drieentw…’ KRRABOEMMM. Het geluid is oorverdovend en ik breng mijn handen na mijn oren, te laat natuurlijk, het geluid is alweer voorbij. Dan begint het zachtjes te regenen, van zacht naar hard in luttele seconden. Het oog van de storm is voorbij geraasd, het natuurgeweld zwelgt aan en terwijl de donder ergens van rechts steeds zachter wordt, hoor ik aan de linkerkant een nieuw gerommel aanzwelgen. Ik zit tussen twee onweerstormen in. Mijn huiskamer staat nu bijna continu in het licht en een symfonie van krakende en roffelende pauken barst los. Dacht ik net nog dat het ergste voorbij was, nog geen drie minuten later lijkt het of de derde wereldoorlog boven mijn hoofd is losgebarsten. Ik sta op en ga voor de ‘french windows’ staan. Mijn tuin licht elke keer op en treurig zie ik hoe de struiken hun natte kroontjes laten hangen en door een geïrriteerde wind door elkaar worden geschud. Het is nu echt herfst en hoewel de zomer nog haar laatste stuiptrekking geeft, ligt de overwinning bij het seizoen dat zo overduidelijk de vergankelijkheid van alles laat zien.Terwijl ik me omdraai zie ik nog net hoe een groot espenblad tegen mijn raam wordt geplakt. Overwonnen door de wisseling van de seizoenen. Volgend voorjaar zullen zijn nieuwe broertjes en zusjes uit de takken van zijn en hun moeder ontknoppen en twee seizoenen leven. Voor hem is het nu bijna afgelopen. Hij dient als humus voor het nageslacht. Langzaam loop ik de trap op. Het gerommel klinkt nu steeds verder en verder. Ik loop door. Het is tijd om te gaan slapen, ik ben moe…© Natasza - 29 september 2006