Spetterende verkoeling

 

De warmte verstikt me bijna. Net als een wollen deken voel ik een kriebelend gevoel langs mijn kaken naar mijn hals glijden. Hijgend strijk ik het natte vocht van mijn gezicht. Het duurt al dagen, de warmte bedoel ik dan. Al dagen kwelt de zon mij met zijn warme stralen. Alsof ik een dagenlange strijd in de woestijn aan het voeren ben. Mijn bloed kookt, mijn lichaam lijkt te verdampen. Er is geen hoop op verlichting, geen fata morgana anders dan het zonnescherm in mijn kokende tuin. Planten die allang zijn bezweken aan de droge hitte die maar niet over lijkt te gaan. Nauwelijks verkoeling en zelfs ´s avonds lijkt het water, dat ik over de triest uitziende planten sproei, wel verdampt te zijn voor het de grond bereikt. Toch doe ik elke dag een poging, waartoe weet ik niet echt, het lijkt namelijk zo zinloos, zo zonder enig nut, maar toch, ik kan het niet laten en elke avond rond 23.00 uur loop ik de tuin in met de tuinslang die ratelend van zijn katrol wordt getrokken. Het spattende water trekt mij aan. Het lijkt het stof van een lange broeierige dag even weg te spoelen. De druiventakken zien er opeens een stuk opgefrist uit en zelfs de twee bloembakken aan weerzijden van het tuinpad, lijken weer wat op te vrolijken. Ik weet dat het van korte duur is, morgen kondigt zich immers een nieuwe warme dag aan, maar in het moment leef ik. Het nu is van belang, wie morgen leeft, wie dan zorgt en ik richt de tuinslang omhoog, richting de takken van mijn appelboom, waaraan al kleine groene appeltjes hangen. Dat wordt ook dit jaar weer een goede oogst. Ik sproei nog even flink wat water op de aarde waar de wortels drinken. Kunstmatige voeding, aan euthanasie voor bomen doe ik niet. Als het aan de natuur lag dan was mijn mooie boom gewoon verdord, dus neem ik trouw deze zorgtaak op mij. Vrolijk spatter en sproei ik verder. Dat ik zelf ook aardig doorweekt begin te raken neem ik op de koop toe. Ik kan ook wel zo´n opfrisbeurt gebruiken, het is tenslotte warm, verstikkend warm en de dag is lang geweest. Dan draai ik de kraan dicht, het is tijd om te gaan slapen, morgen is het weer vroeg dag.Carpe Diem© Natasza - 22 juli 2006

Een weg van woorden

 

Gelaten laat ik mijn blik over het groene weiland dwalen. Een bekend beeld met in de verte het groepje bomen dat samenzwerend hun taken naar elkaar toe buigen. Ik ken het en toch lijkt het verder van mij af te staan als ooit tevoren. Het kraken van herfsttakken onder mijn versleten zolen, de geur van pas gemaaid gras, takken die krassen in mijn huid. Ik ken het allemaal en het kent mij. Diep van binnen, alleen in gedachten en nooit met meer dan dat wat ik kan begrijpen. Wie er ook bij mij was, ik voelde het niet. Wilde het niet voelen. Hoe kon ik ook. Maar nu is alles anders. Bij mijn voeten liggen volgeschreven boeken. Een bekend handschrift, herkenbaar van de vele brieven die ik telkens weer gesloten terugstuurde. Retour afzender, retour gevoel, retour hart. Een hard hart, dat was wat ik toen had gedacht en wat ik eigenlijk nu nog steeds dacht. De dagboeken waren haar opgedrongen. Opgedrongen door een grijze muis in een driedelig pak.´U moeder wilde dat u deze kreeg.´ Zijn woorden waren tussen hem en mij blijven hangen. Bevroren in het moment. Aarzelend had ik mijn handen uitgestoken. Dagboeken van haar moeder. Brieven in de vorm van een boek, dit keer echter zonder retour adres.´Retourtje hel´, had ik spottend gedacht: ´Retourtje hel…´ Mijn trillende vingers geklemd om de stapel boeken. De notaris wendde zijn blik af, bijna beschaamd, en ging weer achter zijn bureau zitten. Mijn armen voelden zwaar. Zware geheimen, gevangen in woorden, overgedragen door een onwetende grijze muis.Vanuit het groene gras zie ik een eend opstijgen. Hij rukt mij al vliegend uit mijn sombere gedachten. Vrijheid, een vlucht verder weg dan waar ik ooit vandaan was gekomen. Of misschien ook wel niet. In het verleden waren er geen vluchten. Enkel het afgelegen huis en de optochten in zwart. Elke zondag, twee keer heen en weer. Met mijn ogen een paar centimeter voor de glimmende zwarte neuzen van mijn schoenen, had ik in de stoet meegelopen. Achter de mannen, een halve pas achter mijn moeder. Verwijtende blikken, een kind zonder vader. Mijn vader was dood, tenminste dat was moeder mij altijd had verteld. Op school maakte dat weinig verschil. Ik was een een vaderloos kind, net iets beter dan Jantje Winkelhuis. Ik had dan wel een vader, maar haar ouders waren gescheiden. Als een melaatse werd ze door de andere kinderen gemeden. Er moest wel iets mis met haar zijn als haar vader niet meer thuis wilde wonen. Mevrouw Winkelhuis werd door de kinderen stiekem Heks Winkelhuis genoemd en verwijtende blikken en wijzende vingers achtervolgde haar, wanneer ze Jantje van school kwam ophalen. Net iets beter, maar toch had ik er nooit bij gehoord.Snel neem ik een slok. Rode wijn uit Zuid-Afrika. Het land van mijn moeder. De Zuid-Afrikaanse wijn was ondertussen deel van mijn leven geworden, mijn moeder niet. Zij had mijn leven altijd gedomineerd. Overheersend, nog steeds. Zelfs nu heb ik nog steeds het gevoel dat ze mij verteld, nee opdraagt, wat ik moet doen. Ruim een meter onder de grond en nog steeds weet ik niet hoe ik kan ontsnappen. Weg van haar controlerende gedrag, priemende ogen en schelle stem. Het zoete vocht speelt een eigen spel op mijn tong, dan vind het een weg naar beneden. Een warme gloed in mijn maag. Onomkeerbaar genot. Dagboeken vol lege woorden aan mijn voeten. Eindelijk oppermachtig, vernederd ligt dat wat mijn moeder had bezield, op de grond. Verstrooit, net als haar macht.Het gras is nog steeds groen, de wind laat het golven. Groene golven, groene hoop. Even lijkt het alsof mijn hoofd opklaart. Slechts een moment, dan voel ik de schaamte, het verlangen en het verdriet, weer toeslaan als een oude vriend. Voor mij geen vrijheid. NOG NIET…, hoor ik het in mijn hoofd dreunen. ZOEK DE SLEUTEL… Mistbanken proberen de woorden te verhullen. Gebroken klinken ze door. ´Zoek de sleutel.´ Even laat ik mijn gevoel om de woorden draaien. ´Sleutel, welke sleutel?´ Het groen voor mijn ogen lijkt zich te verspreiden. Ik kan het niet loslaten, kan me niet omdraaien. Genageld sta ik vast, zonder uitwegen. De groene wolk glijdt omhoog, mijn blik rustend op de boeken. Mijn moeders boeken. Zachte lucht blaast over mijn lippen, het lucht niet op. ´Vrijheid´, denk ik moedig en zak door mijn knieën, het glas wijn zet ik bijna nochalant naast me neer. Het drinken is vergeten, net als de warme, gloeiende stroom door mijn keel. Bijna loom veeg ik de dagboeken naar elkaar toe. Een trage beweging, net als het opstapelen. Wanneer ik weer opsta, de stapel keurig in mijn handen, duizelt het in mijn hoofd. Ik had zolang al naar antwoorden gezocht. Wat als ik ze in dit dagboek zou vinden? Zou dat de sleutel zijn? De sleutel naar vrijheid?De bank lijkt kilometers ver te staan, een rustplaats in de woestijn. Eindpunt of startpunt… Dan kan ik eindelijk gaan zitten en, na nog een korte aarzeling, sla ik het eerste boek open. Grauw en duister staart haar handschrift me aan, als een stem vanuit de dood. Voor mij ligt een weg vol woorden en ik weet nog steeds niet of ik deze weg wel wil gaan.Een stroom koele lucht doet mijn borstkast zwellen, zuurstof als aanmoediging, dan neem ik de eerste stap…(Fragment uit: ´Ik ben geboren in Disneyland´)© Natasza - 15 juli 2006

Zonder aarzeling

 

Ik negeer de starende blikken. Waarom zou ik er rekening mee moeten houden, rekening houden met wie? De priemende ogen interesseren mij niet meer. Vroeger wel, toen interesseerde mij alles. Maar dat was toen, nu is nu en in het nu interesseert het mij niet langer. Stug loop ik door, mijn blik op oneindig. De wijzende vingers, het gefluister achter discreet omhoog gehouden handen, ik zie het allemaal niet. Niet bewust tenminste. Ik ben alleen met mijn gedachten. Gedachten over hoe het nu allemaal verder moet, wie ik nu moet haten? Zij is tenslotte dood, morsdood, samen met haar leugens en haar gekonkel. Ik mis haar niet eens…

Het brandt achter mijn ogen, maar ook dat negeer ik. Huilen is immers voor baby´s, niet voor mij. Ik huil niet. Met mijn onderlip vastgeklemd tussen mijn tanden probeer ik orde in mijn hoofd te creëren, de paniek uit te bannen. Ik heb mezelf slecht behandeld de laatste jaren. Slecht eten, slecht slapen, teveel drugs, teveel stress, teveel ruzie, teveel van alles… Van alles en iedereen vervreemd. Ik voel zo veel en ik voel zo weinig, ik voel heel intens en ik voel heel oppervlakkig. Ik voel me zonder identiteit, machteloos, zwak en bij vlagen sterk. Wie ben ik? Wie ben ik in Godsnaam?!?

Mijn gedachten malen door, snel veel te snel. Flitsend schieten vreselijke beelden door mijn hoofd. Ik probeer ze vast te leggen, een vergeefse poging, maar ik moet ze vastleggen, niet het risico lopen dat ik het antwoord mis. Want ergens tussen die diarree van beelden, gevoelens en gebeurtenissen bevind zich het antwoord. En ik zal het vinden, zolang ik maar blijf opletten en ze niet laat ondersneeuwen door andere luide, meeslepende, nietszeggende woorden. Gedachten die er niet toe doen. Kan ik vrij zijn in mijn hoofd? De enige plek waar niemand zonder mijn toestemming kan komen en zelfs met mijn toestemming, afhankelijk zijn van mijn vertalingen. Een vertaling die het licht laat schijnen over een kluwen van hersenspinsels die zich empathisch, maar ook dictatoriaal laten gelden.

Een ijzeren smaak stroomt in mijn mond. Plotseling, warm. Tanden als klemmen in mijn lip. Kapot, net als ik… Het lijkt wel een verhaal. Misschien zelfs een film. Maar dit is echter geen verhaal, geen fantasie die door mijn verbeelding tot leven komt. Dit zijn mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn geschreeuw in de woestijn, waar de zon tergend langzaam mijn huid in vlammen lijkt op te laten gaan. Ik gil, maar de klanken verlaten mijn lippen niet en botsen tegen de muren van mijn gedachten. Het doet pijn, scherpe, stekende pijn, maar er is geen hulp. Mijn stille gegil slaat mijn ziel beurs, blauwe plekken op een plek die de eeuwigheid zal trotseren. Onverdiende straf.

Zonder aarzeling loop ik verder. Stap voor stap, in eenzaamheid. Het is een lange weg…

(Fragment uit ´Ik ben geboren in Disneyland´)

© Natasza - 5 juli 2006