Versmolten eeuwigheid

Ik loop over de straat. Het is stil, veel stiller dan ik mij kan herinneren. Vleugels van door de wind meegevoerde mest drijven mijn neus in. Ik herken het, ik herken het bijna allemaal. De lange slingerende straat, nu geasfalteerd, toen vol met trillende stenen. Over de stoep liep ik naar school. Een klein meisje met sproeten en rood, krullend haar. Mikpunt van schoolplein gepest. Lopen is nog steeds mijn lust, school al lang niet meer, maar lopen wel, een van de vele lusten die mij behagen, net als drinken. Ik hou van de smaak van alcohol, het brandende gevoel in mijn keel. Vele smaken, donker, rozig, bloemig, houtig. Alcohol, ik ben er gek op.

Mijn moeder was hier niet altijd even gecharmeerd van geweest, zeg maar gerust nooit. Ze haatte mijn drank gedreven lust. Verlangen naar meer. Misschien had zij de fles als concurrentie gezien. Haar afwijzingen werden vervangen door avonden doorzakken, of was ik het die afwees. Ik bleef me verzetten. Verzet tegen alles wat ze mij aandeed. Walgelijk gewoon. De opluchting toen ze overleed. Ik was vrij, dacht ik…

Afkeerde en terugkeerde. Na twaalf jaar weer terug naar het dorp waar mijn wereld zich afspeelde. Een kleine wereld, maar vol met gevaren. Achter elke deur een geheim, achter die van mij vele. Geheimen in het leven geroepen door mijn moeder. Een ijzerachtige smaak vult mijn mond. In gedachten zie ik haar weer staan. Haar mond een strakke streep. Ik wilde alleen maar antwoorden op mijn vragen, maar haar blik zei genoeg. Het zou makkelijker zijn geweest om de kluis van een bank te kraken. Voor ze zich omdraaide zag ik het spiertje naast haar ogen krampachtig bewegen. Ze was geen sfinx. Haar oog verraadde haar. Maar het maakte niet uit. Ze wilde niet praten, niet over vroeger, maar ook niet meer met mij. Als twee vreemden hadden wij ons naast elkaar bewogen door hetzelfde huis. Meer dan twaalf jaar geleden. Zoveel vragen.

Wanneer ik doorloop zie ik de verschillende stijlen huizen, boerderijen, en hier en daar wat nieuwbouw. Ik heb het zien gebeuren, toen al, maar het drong niet door. Hoe kon het ook, als kind denk je niet aan verloren uren, veranderende tijden, en alles dat in de vergetelheid kan raken. Je snuift het leven op en geniet. Geniet zolang het nog kan. Mijn voeten volgen de tegels, verder door het dorp. Nog verder en steeds dichterbij. De lege plek waar ooit mijn huis had gestaan. Het lijkt alsof de lucht begint te trillen. Dikker begint te worden. Geladen gespannenheid. In de verte hoor ik de kerkklokken luiden. Tien over drie, er word vast iemand begraven. De botten zullen opgaan in het dorp, versmolten eeuwigheid. Herinneringen gebouwd op de fundamenten van de makers.

De trieste open plek is nog treuriger dan mijn verleden. Een oprechte weerspiegeling van het zwarte gat waar ik in ben opgegroeid. Wanneer ik door mijn knieën zak en een handvol zwarte aarde opraap, weet ik dat het nooit voorbij zal gaan. Nu niet, toen niet, nooit niet. De grond is verzadigd van bloed, pijn, verdriet, maar ook zeldzame momenten van rust en gelach. De lange, slingerende straat loopt achter mijn rug door. Ik onderdruk de neiging om mij op te richten en verder te lopen. Steeds verder en verder. Maar ik weet hoe die weg loopt. Doodlopend.

Het leven draait maar om één ding… geld, geld en nog eens geld. Alles doen mensen daarvoor. Moord, diefstal, liegen, bedriegen, niets is te gek. Geld en macht. Ik heb me er nooit in thuis gevoeld. Geld heeft me nooit kunnen boeien, het is rust waar ik naar op zoek ben. Rust en vergeving. Geen doodlopende wegen. Nu is het tijd voor wat anders. Wat, dat weet ik nog niet. Hoe kan ik dat ook weten, al zou ik het willen, het is onmogelijk. Net zo onmogelijk als hier zijn…

(Fragment uit: ´Ik ben geboren in Disneyland´)

© Natasza Tardio - 31 maart 2006

Evolutie in optima forma

 

Twee zwanen op het uitgestorven meer. Hij voorop, zij een paar meter erachteraan. Volgzaam, liefdevol. Of misschien gaat zij wel voorop, het maakt niet uit, zwanen zijn net zo sierlijk als gelijkwaardig en monogaam. Als één van de twee sterft, dan blijft de ander voor de rest van zijn/haar leven alleen. Ware liefde dus. Een levenslang commitment. Scheiden is niet aan de orde.Het leven draait blijkbaar om meer dan alleen de voortplanting, zelfs in de dierenwereld, hoewel de mens zo arrogant is om zichzelf niet (langer) tot de dierenwereld te rekenen. Mijn inziens is de mens nog steeds een dier, weliswaar begiftigd met een ´grotere´ intelligentie dan de anderen in het dierenrijk, maar niet per definitie beter. De mens is een emotioneel dier en het intellect maakt alleen maar dat wij, onder invloed van zo´n emotie, alleen maar meer kwaad dan goed lijken te doen. Geen één op één gevechten om te kijken wie het sterkst is, welnee. In plaats daarvan worden ingenieuze wapens bedacht, die vervolgens door de rest van de roedel ter hand worden genomen om de vijand uit te schakelen. Niet om voedsel of voortplantingsdrift, maar om het ego te voeden en dingen te krijgen die we helemaal niet nodig hebben. Vaak zijn de redenen van het conflict al lang vergeten, als de gevolgen nog gedragen worden. Het ego is alles dat telt, ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken.Misschien behoort de mens inderdaad niet meer tot de dierenwereld. Laten we eerlijk zijn, met al onze intelligentie doen wij vaak dingen die ver onder onze potentiële vermogens liggen, in plaats van onze sterke punten aan te wenden om positieve dingen te laten gebeuren en goed te doen.Misschien onderscheidt de mens zich binnen de dierenwereld zich niet zozeer door zijn intelligentie als wel door zijn wreedheid. Evolutie in optima forma. Het recht van de sterkste in het kwadraat. Voor eeuwig zonde…© Natasza Tardio - 25 maart 2006