Verloren engel

 

Zacht wapperen mijn haren in de wind, af en toe belandt er eentje in mijn mond, subtiel wijs ik deze de uitgang. Een stillende blik over het zacht golvende water. In de verte klinken de klokken. Een bijna heilig moment, sereen, stilte en toch ook weer niet. Zijn hand had ik nauwelijks gevoeld. Mijn huid was te gloeiend geweest, brandend met vurige vlammen naar binnen en nu alleen nog de herinnering terwijl mijn blik de flikkerende golven bestuderen.Ik voel de groefjes in mijn lippen strak trekken. De kus van de wind ontrekt mijn lippen van al hun vocht. Gespannen druk ik ze tegen elkaar, hard een aantal keer en dan voel ik de bevloeiing op gang komen. Mijn tong volgt. Een glijdend puntje draait een 360 graden rondje. Dat de groefjes binnen seconden zullen veranderen in groeven neem ik op de koop toe. Het brandende gevoel maakt mijn herinnering alleen maar intenser, zelfs het knipogende water draagt bij tot een tijdsreis. Mijn wangen gloeien.En dan dringt het als een knappende gloeilamp tot mij door. In mijn hoofd bestaat hij nog, leeft en ademt hij nog steeds dezelfde lucht als zijn ´objects of interests´. Net zo echt als toen. Van engel naar duivel. Een steek in mijn maag waarschuwt mij, mag ik wel zoveel vertellen. Het blijft moeilijk, maar misschien is de duivel toch ook wel een beetje te sterke aanduiding. Hij was misschien niet een duivel, maar meer een verloren engel. Verloren, maar met nog steeds de ´glow´ van vergane glorie, engelachtige glorie…© Natasza Tardio - 23 november 2007

Dreamboat journey

 

So I walked the seven miles to the place where I would finally rest. Nothing reminded me of your face, your voice, your beautiful smile. I could dwell my mind and rest my soul. Every day I would make long walks, never knowing where I would end up, or if it would end at all. All I would think about were the daffodils that seemed to multiply every day. They were carefree, and I pretended to be carefree too, but that I didn´t know at the time. Less to my disappointment, my mind started to play tricks on me, first I noticed, but soon I also forgot to do something as simple as noticing. I was just observing the yellow, I lost without even knowing I was competing.On one of my long and lonely walks I passed the river and momentarily I lost my interest in nothing, or how one also might call it, my disinterest in everything else. The glowing water reminded me of something, something from a long distance in my present state of mind. A glistering like one that represented a smile, on a boat, the sun melting in the water, hissing, fighting to stay on the surface, but losing ground to the moon, which was already smiling its once a month coziness.And there I was again, lost in the past. Music humming in the background, coming from far, a world no longer mine, lost forever, even by doing so myself. My mindless walk flashes through my renewed mind. I saw you standing. The tall, white dressed figure, hair glowing by moonlight, skin glowing in the dying sun. If this was even possible, didn´t cross my mind, maybe it was, maybe it wasn´t. It didn´t change my feelings of belonging. You belonged to me, nothing other than that matter and would never matter. So I stepped forward, two steps closer to your body I longed for, or to be more precise, your body I craved for. If there was ever something I craved for it was this forbidden fruit. But I forgot, forgot your loneliness and sadness. Your endless sessions of not speaking, looking pale towards the moon, hiding away from the sun, the sun that burned at your sensitive mind. Lost in nothing, lost in fields of daffodils.And then my hand reached out to touch your skin and my movement felt momentarily faster, just at the moment I missed the flesh that should have been there. Your sad eyes aging your face in front of me. Looking more sad than ever, no rest in the place where you fled too, not so long ago. In the place where you were now, that specific moment is, was and will be in past, present and future, all at once, as time is but relative and mere a way for us to pinch ourselves into existence.That was the moment I started to walk. It felt like seven miles, but if it were seventy, seven hundred or even seven thousand miles, I wouldn´t know. Let alone care. It could have been even longer than that, or maybe just a fraction of the time, it has felt to me, which was like a lighting bold flashing through a pitch black sky. I started to lose myself in the same fields, were your bare feet touched the black, sticky soil.Could there every be something more important? More important than that dreamboat journey, would I ever wake-up from this longing for someone that didn´t even wanted to be here. Can I follow, to where you fled, save you from that you were running away from and therefore right into it. Could I ever?There was nothing left than walking… and soon I forgot again. I just loved the yellow fields, the burning sun and the hissing when the moon would gain ground again…© Natasza Tardio - August 17th, 2007Note: This piece of text came suddenly in my mind, and the words more or less came without thinking. In the end it was exactly what I wanted to write - Natasza.

En zo begint het…

 

… de aftakeling, de pijn en bovenal het verdriet. Waar het vandaan komt is een verborgen plek diep van binnen, heel ver weg gestopt. Zo ver weg dat het als een onverwacht duiveltje te voorschijn komt. Die onverwachte duiveltjes zijn het gevaarlijkst, je verwacht ze niet en als ze dan tevoorschijn komen dan ben je er niet tegen bestand. De belegering is te veel, te groot en vooral te pijnlijk.Rode lampjes flitsen onophoudelijk aan en uit, pijn, rust, pijn, rust… de aftakeling is begonnen en gebogen loopt de man verder. Hoe kan hij weten wat er op dat moment aan de andere kant van de stad gebeurt. Dat twee tieners een oude vrouw in elkaar slaan en haar handtasje roven. Voor slechts 7,92 euro en een pakje sigaretten krijgt het slachtoffer een enkele reis naar de hemel. De man weet het niet, hij denkt alleen maar aan zijn eigen pijn. Dat de vrouw haar pijn niet zal overleven zal hem een worst zijn. Morgen bij het ontbijt leest hij het in de krant, zal hij de pagina omslaan en nog een slok van zijn lauwe koffie nemen. De begrafenis zal in stilte plaatsvinden en de verontwaardiging van het volk, zal door middel van een stille tocht weer even worden onderdrukt. Verborgen op diezelfde plek van binnen als waar de pijn die lijdt tot de aftakeling zich verstopt houdt.Aftakeling, niets anders dan aftakeling.En zo begint het…© Natasza

Dubbelspel

 

´Zelfingenomen!´Met een ruk richt ik mijn hoofd op.´Pardon?´Met mijn hoofd lichtelijk schuin concentreer ik me op de stilte die volgt.Zou ik me soms vergist hebben? Ik had het echt gehoord. Ik weet het zeker,maar tegelijkertijd twijfel ik.´Een fata morgana in gedachten…´Naargeestig galmt de stem nog even na in mijn hoofd. Daar is hij weer, nuis elke onzekerheid verdwenen en hard bijt ik op mijn lip. Dan schud ikmijn hoofd. Ik moet me vergissen, dit kan gewoon niet!´Geloof je jezelf niet? Lafaard! Geef het nu maar toe. De wereld raastvoorbij en jij herkent jezelf niet eens. Als dat niet zelf zelfingenomenis.´Ik probeer mijn handen stil te houden en hoor het suizende geklop van mijnbloed wat met een intercitysnelheid door mijn hoofd lijkt te denderen. ´Isdit het dan? Ben ik nu eindelijk verworden tot het noodlot wat ik altijdal heb gevreesd? De waanzinnigheid besloten in het ogenblik waarin deprozac geen uitsluitsel meer biedt en de gekte het overneemt!´Ik duw de dobbelsteen met mijn rechterwijsvinger omver. Nu heb ik zes enwin ik. Tenminste dit spelletje.´Ja, ja, ik speel vals. Erger nog, ik speel vals tegenover mezelf.Zelfingenomen? Almachtig zou een beter woord zijn.´Le roi est morte, viva le roi….© Natasza

Overspoel me zodat ik leef…

 

Tijd is het vuur waarin wij branden en metgezellen zijn schaars. Als ik in bad lig twijfel ik aan mijn aspiraties, mijn motivaties en mijn doorzettingsvermogen. Zal ik het redden, word ik niet overspoeld? Waarom voel ik dit?Ik weet dat mijn gevoel voortkomt uit gebrek. Gebrek aan ruimte, gebrek aan tijd, gebrek aan alles wat mij gelukkig maakt. Mijn gebrek wordt ingevuld door twijfel en ik begin te aarzelen. Steeds meer, steeds vaker, steeds langer. Ik geef mijn luiheid de vrije hand en zwelg in zelfmedelijden. Ik ben alleen, wat let mij? En ik denk verder…Tijd is schaars en tijd is overvloedig. En realisatie is de wekker van het gebrek.”Laat me”, is een onzinnige zin.”Overspoel me”, al zoveel beter.Laat me branden en overspoel me met water, want dan weet ik het pas zeker…. ik leef om te ervaren!Een volgende minuut breekt aan en leidt me binnen in een wereld van gebeurtenissen. Details zijn mogelijkheden en mijn ogen de camera die alles registreert.Het leven is mooi zolang je niet rent. En als je dan toch rent, laat je geest dan wandelen en de geur van blauwe bloemen, onder een groene hemel, opsnuiven.”Overspoel me, ik smeek je. Overspoel me zodat ik leef…”© Natasza

Herfststorm

 

Een luid geraas klinkt boven mijn hoofd. Hard, rommelend, scherp. Elke keer anders en toch ook weer elke keer hetzelfde. Een fel licht waarschuwt mij op wat komen gaat en zonder het op dat moment te beseffen, hou ik mijn adem in. Dan hoor ik het water slaan op de ramen. Roffelend, luid. Met bakken te gelijk. Dan weer dat felle licht, met in zijn kielzog de donderende rollende klanken. Ik zet het geluid van de televisie uit. Nu is het stil, geen enkel geluid is meer te horen en ook woedende water houdt nu zijn mond. Niets beweegt en met open mond blijf ook ik in het luchtledige wachten. Dan wordt de hele woonkamer in het licht gezet. Net alsof we op de foto gaan. Vlak daarachter een oorverdovend gekraak. Boven mijn hoofd, daarna weer doodse stilte en weer een flits. Ik knijp mijn ogen samen en wacht af.’Eenentwintig, tweeëntwintig, drieentw…’ KRRABOEMMM. Het geluid is oorverdovend en ik breng mijn handen na mijn oren, te laat natuurlijk, het geluid is alweer voorbij. Dan begint het zachtjes te regenen, van zacht naar hard in luttele seconden. Het oog van de storm is voorbij geraasd, het natuurgeweld zwelgt aan en terwijl de donder ergens van rechts steeds zachter wordt, hoor ik aan de linkerkant een nieuw gerommel aanzwelgen. Ik zit tussen twee onweerstormen in. Mijn huiskamer staat nu bijna continu in het licht en een symfonie van krakende en roffelende pauken barst los. Dacht ik net nog dat het ergste voorbij was, nog geen drie minuten later lijkt het of de derde wereldoorlog boven mijn hoofd is losgebarsten. Ik sta op en ga voor de ‘french windows’ staan. Mijn tuin licht elke keer op en treurig zie ik hoe de struiken hun natte kroontjes laten hangen en door een geïrriteerde wind door elkaar worden geschud. Het is nu echt herfst en hoewel de zomer nog haar laatste stuiptrekking geeft, ligt de overwinning bij het seizoen dat zo overduidelijk de vergankelijkheid van alles laat zien.Terwijl ik me omdraai zie ik nog net hoe een groot espenblad tegen mijn raam wordt geplakt. Overwonnen door de wisseling van de seizoenen. Volgend voorjaar zullen zijn nieuwe broertjes en zusjes uit de takken van zijn en hun moeder ontknoppen en twee seizoenen leven. Voor hem is het nu bijna afgelopen. Hij dient als humus voor het nageslacht. Langzaam loop ik de trap op. Het gerommel klinkt nu steeds verder en verder. Ik loop door. Het is tijd om te gaan slapen, ik ben moe…© Natasza - 29 september 2006

Spetterende verkoeling

 

De warmte verstikt me bijna. Net als een wollen deken voel ik een kriebelend gevoel langs mijn kaken naar mijn hals glijden. Hijgend strijk ik het natte vocht van mijn gezicht. Het duurt al dagen, de warmte bedoel ik dan. Al dagen kwelt de zon mij met zijn warme stralen. Alsof ik een dagenlange strijd in de woestijn aan het voeren ben. Mijn bloed kookt, mijn lichaam lijkt te verdampen. Er is geen hoop op verlichting, geen fata morgana anders dan het zonnescherm in mijn kokende tuin. Planten die allang zijn bezweken aan de droge hitte die maar niet over lijkt te gaan. Nauwelijks verkoeling en zelfs ´s avonds lijkt het water, dat ik over de triest uitziende planten sproei, wel verdampt te zijn voor het de grond bereikt. Toch doe ik elke dag een poging, waartoe weet ik niet echt, het lijkt namelijk zo zinloos, zo zonder enig nut, maar toch, ik kan het niet laten en elke avond rond 23.00 uur loop ik de tuin in met de tuinslang die ratelend van zijn katrol wordt getrokken. Het spattende water trekt mij aan. Het lijkt het stof van een lange broeierige dag even weg te spoelen. De druiventakken zien er opeens een stuk opgefrist uit en zelfs de twee bloembakken aan weerzijden van het tuinpad, lijken weer wat op te vrolijken. Ik weet dat het van korte duur is, morgen kondigt zich immers een nieuwe warme dag aan, maar in het moment leef ik. Het nu is van belang, wie morgen leeft, wie dan zorgt en ik richt de tuinslang omhoog, richting de takken van mijn appelboom, waaraan al kleine groene appeltjes hangen. Dat wordt ook dit jaar weer een goede oogst. Ik sproei nog even flink wat water op de aarde waar de wortels drinken. Kunstmatige voeding, aan euthanasie voor bomen doe ik niet. Als het aan de natuur lag dan was mijn mooie boom gewoon verdord, dus neem ik trouw deze zorgtaak op mij. Vrolijk spatter en sproei ik verder. Dat ik zelf ook aardig doorweekt begin te raken neem ik op de koop toe. Ik kan ook wel zo´n opfrisbeurt gebruiken, het is tenslotte warm, verstikkend warm en de dag is lang geweest. Dan draai ik de kraan dicht, het is tijd om te gaan slapen, morgen is het weer vroeg dag.Carpe Diem© Natasza - 22 juli 2006

Ochtendzon

 

Totaal ontspannen glijdt mijn blik over het beeld dat mij bevangt wanneer ik uit het raam staar en de ochtendzon aanschouw. Er is niets dat ik niet herken en toch zoveel dat mij onbekend voorkomt. Was het de nacht die zijn indrukken zwaar beladen heeft achtergelaten, of is het de wens van de gedachte, het beeld dat ik maar niet kwijt schijn te raken, elke dag opnieuw?Wanneer ik mijn eerste gebeden de wereld in stuur verlang ik naar het gevoel één te zijn met deze nieuwe dag. Onweerstaanbare zucht naar eenwording, versmolten samenzijn. Mededogen met alles wat is, inclusief datgene dat mij niet goed gezind is. Het weer loslaten van vreemde inzichten die mij de laatste dagen hebben overvallen. Inzichten van anderen, zij die mij bezien met het rood van verraad in plaats met het wit van vriendschap. Kan ik zijn zonder gekend te worden in oorsprong?Ik trek mij terug en overzie het in stilte. Het landschap groen en fris van beginnend geluk, het rood van achterdocht trekt zich voorzichtig terug. Het is niet van mij, zal ook nooit van mij worden en toch had ik het tot mij genomen. Zacht had het langs mijn huid geschuurd en zijn stempel achtergelaten. Terwijl ik het lege gevoel verdrink in de rivier van mijn tranen, omsluit ik de toekomst met liefde en vertrouwen. Alles is één en één is alles, in leegte en in afhankelijk bestaan…Carpe Diem© Natasza - 7 juni 2006